Beschikking reductieregeling

Inmiddels is de 3e periode (augustus) van de reductieregeling verstreken en rest nog de 4e periode (oktober) en de vijfde periode (december). Daar waar de eerste perioden werden gekenmerkt door veel onduidelijkheden en diverse aanpassingen in wet- en regelgeving, is het momenteel de vraag of voormalige Staatssecretaris van Dam in hoger beroep (spoedappel) alsnog in het gelijk wordt gesteld.

Hiermee blijft het voor melkveehouders die vóór 2 juli 2015 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan (o.a. grond en gebouwen), nog steeds onduidelijk of het fosfaatreductieplan voor deze bedrijven, met terugwerkende kracht, buiten werking wordt gesteld.

Dit geldt niet alleen voor melkveebedrijven die door de voorzieningenrechter in het gelijk zijn gesteld, maar ook voor die melkveebedrijven die voldoen aan de criteria van de “lichte toets” (zie tevens onze nieuwsbrief van 10 augustus jl. Omdat de uitspraak op het spoedappel pas in oktober wordt verwacht, blijft er voor deze groep melkveehouders vooralsnog veel onduidelijkheid bestaan. Hier nu op vooruitlopen is niet zonder financiële risico’s.

Elk melkveebedrijf ontvangt per periode een beschikking waaruit blijkt of aan het referentieaantal/doelstellingsaantal is voldaan. Hierbij wordt niet alleen rekening gehouden met de referentieaantallen van 2 juli 2015 én 1 oktober 2016, maar ook met de kortingen ingeval het bedrijf niet grondgebonden was op 2 juli 2015 én met het reductiepercentage van elke periode. Indien er een wijziging is gemeld als gevolg van bijzondere omstandigheden (in- en uitscharen, bedrijfsoverdracht of bedrijfssplitsing, bezwaar/beroep, “lichte toets”, etc.) dan dient hier eveneens rekening mee te worden gehouden.

Mocht echter uit de toegezonden beschikking blijken dat onjuiste gegevens staan vermeld en/of géén rekening is gehouden met de gemelde wijziging(en), dan is er de mogelijkheid om binnen de gestelde termijn (6 weken vanaf datum beschikking) een bezwaar in te dienen. Omdat elke periode apart wordt beoordeeld, dient dan ook per periode afzonderlijk bezwaar te worden gemaakt. Hiermee voorkomt u dat er onterecht een heffing wordt opgelegd of dat u mogelijk zelfs een bonus misloopt. Het indienen van een bezwaarschrift kan eveneens van belang zijn indien reeds een verzoek om “lichte toets” is gehonoreerd. Dit enerzijds gezien het feit dat de uitkomst van het spoedappel nog niet bekend is. En anderzijds ten behoeve van een mogelijke aanpassing van het referentieaantal, ook met het oog op de mogelijke toekenning van fosfaatrechten in 2018.

Inmiddels is ook bekend dat de reductiedoelstelling voor 4e periode 12% bedraagt en is daarmee gelijk aan de doelstelling over de maand augustus. Melkveebedrijven die op 1 oktober 2016 meer dieren (GVE) hadden dan op 2 juli 2015 dienen ten opzichte van het aantal op 1 oktober 2016 tenminste 12% te reduceren  tot een maximum van het niveau van 2 juli 2015 (-/-4%).

Liquiditeitsvoorziening melkveehouderij binnen de stoppersregeling
Bedrijven die uitvoering hebben gegeven aan de stoppersregeling komen in aanmerking voor een financiële vergoeding,  de “Subsidie bedrijfsbeëindiging melkveehouderij”. Deze wordt door RVO uitgevoerd en uitbetaald indien het “stoppende melkveebedrijf” aan alle voorwaarden van de stoppersregeling heeft voldaan. Hieronder valt het afvoeren (exporteren, slachten of sterfte) van alle aangemelde dieren binnen de gestelde termijnen.

Er is echter voor een vergelijkbaar bedrag ook een garantstelling door de bank(en) toegezegd. Hierbij zou de “stoppende melkveehouder” eveneens voor een financiële compensatie in aanmerking komen, ongeacht of er in 2018 fosfaatrechten worden toegekend. Om deze garantie veilig te stellen, dient de onderneming bij haar bank uiterlijk 30 september een aanvraag te hebben ingediend t.b.v. de “liquiditeitsvoorziening melkveehouderij”. Indien bij de bank niet een dergelijke voorziening is aangevraagd, dan wordt er door de bank géén compensatie uitbetaald. Dit kan van groot belang zijn indien er per 1 januari 2018 géén fosfaatrechten komen. Als er fosfaatrechten komen, zou een dergelijke voorziening overbodig zijn. Maar als er onverhoopt géén fosfaatrechten zouden komen, kan achteraf géén aanspraak meer worden gemaakt op het door de bank toegezegde bedrag.

Omdat er vooralsnog géén wetgeving (fosfaatrechten) in werking is getreden, kan het van belang zijn de toegezegde financiële compensatie vanuit de bank nu veilig te stellen. Voor een dergelijke voorziening worden door de bank afsluitkosten in rekening gebracht. Deze kosten zijn echter van ondergeschikt belang als deze worden afgezet tegen de financiële compensatie die u anders zou kunnen mislopen.

Indien de gegevens in de beschikking onjuist zijn, of u wilt een verzoek indienen voor een “lichte toets”, kunt u contact opnemen met een medewerker van Arvalis of rechtstreeks met Jacqueline de Wit, juriste bij Arvalis, via jdwit@spam-protectarvalis.nl of 06-51490277.

Contact/Reacties


Reageren op dit bericht? Laat hieronder uw reactie achter. Let op: deze is zichtbaar op onze site.

Meer nieuws

Startbijeenkomst Grondig Boeren met Mais Limburg woensdag 30 mei Vredepeel

(24 mei 2018)

Op woensdag 30 mei vindt tussen 13.30 en 16.00 uur de officiële aftrap van het project Grondig Boeren met Mais Limburg plaats in Vredepeel. In dit...

Openstellingsbesluiten POP3 Limburg gepubliceerd

(16 mei 2018)

Eind april kondigde de provincie Limburg en Brabant een aantal subsidieregelingen aan. Voor Limburg zijn inmiddels de bijbehorende...

Nieuwsbrief Arvalis, mei 2018

(08 mei 2018)

KLIK HIER voor de nieuwsbrief van Arvalis, mei 2018

Nieuwe openstellingen POP3 subsidies Limburg en Brabant

(30 april 2018)

De provincies Limburg en Brabant hebben onlangs de openstelling van een aantal nieuwe subsidieregelingen aangekondigd. René Beek, adviseur bij...

Fiscale duidelijkheid over fosfaatrechten

(30 april 2018)

Nu de toekenning van de fosfaatrechten een feit is en er al volop gehandeld is/wordt in fosfaatrechten, neemt ook de behoefte aan duidelijkheid over...