Actualiteiten mest- en GLB beleid

2019 brengt in het kader van het mestbeleid en gemeenschappelijk landbouwbeleid  - de uitbetaling van de betalingsrechten - een aantal wijzigingen met zich mee. Leo Peters, adviseur bij Arvalis, gaat in dit artikel in op een aantal van deze wijzigingen. 

Mestbeleid
Uitrijperiode dierlijke mest en zuiveringsslib
Voor de volgende meststoffen zijn de uitrijperiodes in 2019 gewijzigd:

  • Drijfmest op bouwland; 15 februari t/m 15 september (was 1 februari t/m 31 augustus)
  • Vaste strorijke dierlijke mest op grasland (op klei- en veengrond); vanaf 2020 is het toegestaan deze mestsoort uit te rijden in de periode vanaf 1 december 2019 tot en met 15 september 2020.

KLIK HIER voor een uitrijschema blijkt welke meststoffen op elke grondsoort mag worden uitgereden. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen grasland en bouwland. 

Sleepvoetverbod
Vanaf 1 januari 2019 geldt een sleepvoetverbod. Vanaf die datum is het op grasland (klei- en veengrond) niet meer toegestaan een sleepvoet te gebruiken. Vanaf 2019 dient drijfmest/zuiveringsslib in sleufjes in de grond worden uitgereden. Hierop zijn echter 2 uitzonderingen, namelijk:

  1. Pulse-tracksysteem
  2. Waterverdund systeem

Een pulse-tracksysteem maakt kuiltjes in de grond die niet breder zijn dan 5 cm welke tot aan de rand wordt gevuld met drijfmest. Dit systeem is volledig tot aan de grond gesloten.

Voor wat betreft het waterverdund systeem dient u zich eerst bewust te zijn van de nadere voorwaarden die hieraan worden gesteld. Zo dient u aan te kunnen tonen dat bij het uitrijden van drijfmest tenminste 2 delen mest is verdund met 1 deel water. Ook dit systeem is volledig tot aan de grond gesloten. Hierbij wordt het gras opgelicht of zijdelings weggedrukt waarbij de strookjes mest maximaal 5 cm breed zijn en de afstand tussen de strookjes mest tenminste 15 cm bedraagt. De landbouwer (gebruiker van het perceel) dient zich jaarlijks vooraf bij RvO aan te melden.

Praktisch gezien komt het er op neer dat op klei- en veengronden, drijfmest uitgereden wordt middels een zodenbemester. Hierbij is het van belang dat het resultaat aan de eisen voldoet. De eisen zijn dat de mest met sleufjes in de grond aangebracht worden zonder dat de mest op de grond of tussen het gras komt. 

Scheuren grasland op zand- en lössgronden
Grasland scheuren in de periode 1 februari t/m 10 mei; het grasland mag in deze periode gescheurd worden mits direct aansluitend een stikstofbehoeftig gewas wordt geteeld. Stikstofbemesting mag alleen als uit een scheurmonster blijkt dat het volggewas stikstofbemesting nodig heeft. Wanneer het volggewas maïs is, wordt de gebruiksnorm gekort met 65 kg per hectare.

Grasland scheuren in de periode 11 mei t/m 31 mei; het scheuren van grasland is in deze periode toegestaan mits direct aansluitend gras wordt ingezaaid. Stikstofbemesting mag alleen als uit een scheurmonster blijkt dat het volggewas stikstofbemesting nodig heeft.

Grasland scheuren in de periode 1 juni t/m 15 juli; het scheuren van grasland is in deze periode toegestaan mits direct aansluitend gras of een aangewezen aaltjesbeheersend gewas wordt geteeld. De graslandvernieuwing moet vooraf bij RVO worden gemeld. De gebruiksnorm van het gras wordt gekort met 50 kg zuivere stikstof per hectare,

Grasland scheuren in de periode 16 juli t/m 31 augustus; het scheuren van grasland is in deze periode toegestaan mits direct aansluitend gras wordt geteeld. De graslandvernieuwing moet vooraf bij RVO worden gemeld. De gebruiksnorm van het gras wordt gekort met 50 kg zuivere stikstof per hectare.

Vanggewas na mais
Bij de teelt van mais op zand- en lössgronden bent u verplicht onderzaai van gras toe te passen tenzij de mais tijdig wordt geoogst waarbij:

  • uiterlijk 1 oktober het vanggewas wordt ingezaaid en niet wordt vernietigd voor 1 februari van het volgende kalenderjaar.
  • uiterlijk 31 oktober, een wintergraan (triticale, winterrogge, wintergerst, wintertarwe of spelt) als hoofdteelt voor het volgende jaar wordt ingezaaid.

Stel dat u ervoor kiest om onderzaai van gras toe te passen omdat u niet kunt garanderen dat de mais uiterlijk 1 oktober wordt geoogst. Dan is het nog maar sterk de vraag wat er van dit gewas zichtbaar is nadat de mais wordt geoogst. Zo kunnen de weersinvloeden parten spelen. Ook kunnen de omstandigheden ten tijden van de oogst parten spelen waardoor het gewas onherstelbaar wordt ‘beschadigd’. Wanneer de teelt van de onderzaai niet voldoende slaagt, zult u alsnog voor één van de andere opties moeten kiezen (vanggewas voor 1 oktober zaaien of aansluitend wintergraan telen).

Hoe u het ook wendt of keert, u moet kunnen aantonen dat er aan alle vereisten (volgens goede landbouwpraktijk) is voldaan aan het zaaien van een verplicht vanggewas hetgeen moet worden aangetoond middels facturen, zaaizaad labels en eventuele overige bewijslast (o.a. foto’s).

Het o.a. niet voldoen aan een verplicht vanggewas na mais op zandgrond kan een strafrechtelijke vervolging (strafblad) tot gevolg hebben. De ervaring leert dat bij controles weinig begrip is voor invloeden waar ondernemers geen grip op hebben, denk hierbij aan weersinvloeden. Het kunnen weerleggen van de eigen bewijslast wordt bij een verdere aanscherping van wet- en regelgeving, maar ook strakke opstelling bij controle en handhavingstrajecten, steeds belangrijker.

GLB-Beleid
Natuurterreinen
Het benutten van betalingsrechten op natuurterreinen houdt de gemoederen vanaf de introductie van toeslagrechten nog steeds bezig. Vanaf 2019 wordt slechts nog onderscheidt gemaakt tussen natuurterreinen met hoofdfunctie landbouw en hoofdfunctie natuur. Voor het in aanmerking komen van een uitbetaling van betalingsrechten is het van belang dat natuurterreinen tenminste 1 maal per jaar worden beweid en/of gemaaid. Hierbij dient het perceel uit tenminste 50% grassen of andere kruidachtige voedergewassen te bestaan. Pitrus, riet en heide voldoen hier niet aan, evenals als ruigtes en struweeltjes. Indien in percelen meer dan 50 bomen per ha staan voldoet het perceel eveneens niet aan de voorwaarden om betalingsrechten uit te laten betalen. Het heeft de voorkeur, voor zover dit mogelijk is, de percelen zodanig te splitsen (apart in te tekenen) zodat gedeeltes van natuurterreinen die wel voldoen aan de voorwaarden, alsnog gebruikt kunnen worden voor de uitbetaling van betalingsrechten. 

Vergroeningseisen
Er gelden ook in 2018 weer 3 vergroeningseisen, namelijk: 

  • Instandhouden blijvend grasland 
  • Gewasdiversificatie
  • Ecologische aandachtsgebieden 

Net als voorgaande jaren wordt ook in 2019, m.u.v. van grasland in Natura 2000-gebieden (kwetsbare gebieden), geen verplichting opgelegd om het areaal blijvend grasland in stand te houden. Volgens RvO blijkt dat in 2018 het areaal blijvend grasland ten opzichte van het referentiejaar 2012 met ca. 3,2% is afgenomen. De kritieke grens ligt op 5%. 

De voorwaarden en rekenregels, om te bepalen of wordt voldaan aan de gewasdiversificatie en ecologische aandachtsgebied, zijn ten opzichte van 2018 ongewijzigd. Dit geldt ook als het gaat om de invulling van de ecologische aandachtsgebieden. Voor de invulling van de 5% Ecologische Aandachtsgebieden is de algemene lijst uitgebreid. Om aan de EA te voldoen kunt u kiezen uit 1 of meerdere van de volgende elementen:

  1. Stikstofbindende gewassen, wegingsfactor 1
  2. Wilgenhakhout, wegingsfactor 0,5
  3. Olifantengras en zonnekroon, wegingsfactor 0,7 (nieuw)
  4. Braak met drachtplanten, wegingsfactor 1,5 (nieuw)
  5. Vanggewassen, wegingsfactor 0,3; cat. 1:algemeen; cat. 2: aaltjesbestrijding; cat. 3: onderzaai gras en vlinderbloemigen (nieuw)
  6. Randen en stroken, wegingsfactor 1; a) Onbeheerde akkerrand en bufferstrook; b)Stroken bouwland langs bos (nieuw)
  7. Landschapselementen, wegingsfactor 1,5-2; a) Vijvers/poelen, b) Heggen/houtwallen/bomenrij, c) Geïsoleerde boom en knotwilg, d) Boomgroep 

Andere opties om aan de 5% EA te voldoen is middels:

  • Duurzaamheidscertificaten (akkerbouwstrokenpakket, het pakket veldleeuwerik het vezelhennep-pakket
  • Collectieven overeenkomsten EA

Wij hopen u middels dit artikel een inzicht te hebben gegeven in de belangrijkste wijzigingen in 2019 aangaande het mestbeleid en GLB. Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van dit artikel of ondersteuning nodig hebben, neem dan contact op met Leo Peters via 06-55720246 of lpeters@arvalis.nl
 

Meer nieuws

POP3 regeling Limburg 18 maart open

(13 maart 2019)

In onze vorige nieuwsbrief kondigden we het al aan; in maart worden er 2 subsidieregelingen van het POP3 programma opengesteld. Het betreft: 

  • Subsi...

Nieuwsbrief Arvalis, februari 2019

(05 maart 2019)

KLIK HIER voor de nieuwsbrief van Arvalis, februari 2019

Robotboer draait overuren op Dendron College Horst

(26 februari 2019)

 
Op dinsdag 23 oktober 2018 verhuisde de Farmbot van Fontys Hogeschool in Venlo naar het Dendron College in Horst. Een groep van acht VWO 5...

www.roba-advies.nl

(26 februari 2019)

Als organisatie bestaan we bij de gratie van onze klanten. Voor ons staan goed advies en goede bereikbaarheid daarom op nummer één. Om de vindbaarheid...

Asbestdaken saneren. Wanneer en hoe?

(26 februari 2019)

Verbod op asbestdaken gaat 31 december 2024 in. Subsidie voor asbestsanering is op. Verzekeraars stellen extra eisen. Asbest negatieve gevolgen voor...