Terug naar alle nieuwsberichten

Zorgvuldige opslag voorkomt milieuschade

Het opslaan van vaste mest, champost, dikke fractie en kuilvoer is een vast onderdeel van je agrarische bedrijfsvoering. Tegelijkertijd brengt dit risico’s met zich mee voor bodem en water. Daarom gelden er duidelijke wettelijke regels die je helpen om deze activiteiten veilig en milieubewust uit te voeren. In deze nieuwsbrief zetten we de belangrijkste verplichtingen en aandachtspunten overzichtelijk voor je op een rij.

Meldingsplicht: wanneer moet je actie ondernemen?

Voor de opslag van vaste mest, champost of dikke fractie geldt een meldingsplicht zodra je meer dan drie kubieke meter opslaat. Alleen wanneer de opslag korter dan twee weken op dezelfde plek plaatsvindt, vervalt deze verplichting. Valt jouw opslag wél onder de regels, dan moet je de activiteit minimaal vier weken vooraf melden. Bij een opslagcapaciteit van meer dan zeshonderd kubieke meter geef je ook het totale opslagvolume door. Verandert de manier waarop de opslag wordt uitgevoerd, dan moet je dit opnieuw melden, tenzij de activiteit vergunningplichtig is.

Bodembescherming bij mestopslag

Om de bodem te beschermen sla je vaste mest, champost of dikke fractie op een aaneengesloten bodemvoorziening op die vrijkomende vloeistoffen opvangt. Alleen wanneer de opslag niet langer dan zes maanden duurt én is beschermd tegen inregenen, mag je gebruikmaken van een voldoende dikke absorberende laag.

Voor gedroogde pluimveemest gelden aanvullende mogelijkheden. Deze mag je opslaan:

  • in een gebouw met voldoende ventilatie
  • in een afgedekte container die minimaal eens per twee weken wordt geleegd
  • of op een absorberende laag, onder dezelfde voorwaarden als bij andere vaste mestsoorten

Afvoer van vrijkomende vloeistoffen

De vloeistoffen die vrijkomen bij de opslag voer je op een doelmatige manier af. De standaardroute is het gelijkmatig verspreiden van deze vloeistoffen over landbouwgrond. Alleen wanneer via maatwerk of vergunning een andere lozingsroute is toegestaan, mag je hiervan afwijken.

Daarnaast moet je altijd beschikken over een actuele riooltekening. Hierop staat aangegeven:

  • waar afvalwater wordt geloosd
  • op welk type riool de lozingspunten zijn aangesloten
  • waar deze rioolsystemen uiteindelijk op uitkomen

Opslag van kuilvoer en bijvoedermiddelen

Ook voor de opslag van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen geldt een meldingsplicht van vier weken vooraf. Wanneer je afvalwater loost op oppervlaktewater, moet je de exacte lozingslocaties eveneens vooraf doorgeven. De opslag moet plaatsvinden op een elementenbodemvoorziening die vloeistoffen opvangt. Een uitzondering geldt voor balen die in plastic folie zijn verpakt; deze laten geen vloeistoffen weglekken en mogen daarom zonder bodemvoorziening worden opgeslagen.

Afvalwater bij kuilvoeropslag

Net als bij mestopslag verspreid je de vloeistoffen die vrijkomen bij kuilvoeropslag gelijkmatig over landbouwgrond, tenzij een andere route is toegestaan. Afvalwater dat afkomstig is van de bodembeschermende voorziening mag je lozen op of in de bodem of op oppervlaktewater, mits dit niet in contact is geweest met het kuilvoer zelf en niet is vermengd met perssappen. Ook hier is een actuele riooltekening verplicht.

Samen werken aan een schone leefomgeving

Door deze voorschriften te volgen, voorkom je dat bodem en water worden belast en blijft je bedrijfsvoering in lijn met de wettelijke eisen. Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Neem contact op met onze adviseur Lins Keijzers via 06 – 518 868 31 of lkeijzers@arvalis.nl.