"Zonder Arvalis had deze stal er niet gestaan"

Twan Linssen

De eindstreep is bijna in zicht. In de zomer van 2015 is de nieuwe melkveestal gereed die gesitueerd is op een natuurlijk gevormde talud en plek biedt aan zo’n 100 koeien. Twan is er maar wat trots op: “Het heeft wat doorzettingsvermogen gekost, maar het resultaat mag er zijn.”

Ruim 12 jaar zijn ze onderweg, van de eerste plannen voor de bedrijfsverplaatsing tot de oplevering van de nieuwe stal. Op zo’n 250 meter van hun bedrijf stroomt de Maas. Hun bedrijf ligt pal in het gebied dat bij overstromingen het overtollige maaswater moet opvangen. Niet wenselijk voor de veiligheid en de mogelijkheden tot bedrijfsontwikkeling.

In 2003 werden ze geïnspireerd door een bijzonder project in Overijssel waar bedrijven die zich in een soortgelijke situatie bevonden, verplaatst werden naar hoger gelegen dijken. “Waarom niet bij ons,” vroeg de familie Linssen zich af en ze gingen in gesprek met de Maaswerken. Na 3 jaar komt het tot een akkoord.

In datzelfde jaar werden de eerste bouwtekeningen bij de gemeente ingediend. Zij gaven groen licht. Niet veel later komt echter het bericht dat de talud waarop de stal gepland stond, het predikaat ‘hoog archeologische waarde’ had en er dus een archeologisch onderzoek gedaan moest worden. Op dat moment komt Johan Heuvelmans van Arvalis in beeld. Twan: “Arvalis voelde vertrouwd. We wisten wat Johan kon vanuit het wereldje en de band met de LLTB maakte dat wij er alle vertrouwen in hadden dat Arvalis onze belangen tot het uiterste zou behartigen. Al snel bleek dat we de juiste keuze hadden gemaakt. Door een verschuiving van het archeologisch beleid van de Provincie naar de gemeente en een gemeentelijke fusie, precies in deze periode, liep het hele traject flinke vertraging op. Johan heeft ervoor gezorgd dat het proces in gang bleef door op de juiste momenten de druk op te voeren en zette de puntjes op de i als wij door de bomen het bos niet meer zagen. Zo zorgde hij ervoor dat er vooraf afspraken gemaakt werden over de omvang van het archeologisch onderzoek zodat de kosten voor ons beperkt bleven. En regelde hij dat de RO vergunningen goedgekeurd werden voordat het onderzoek startte, zodat wij niet het risico liepen om kosten te maken voor een bouw die later misschien niet goedgekeurd zou worden.”

Gaandeweg raakten meer adviseurs van Arvalis bij het project betrokken. Waar Johan zich bezig hield met de archeologische begeleiding, de procedures met de buurt en de bestemmingsplanprocedure en de noodzakelijke vergunningen, richtte Rene Beek van Arvalis zich op het technische gedeelte. Twan: “Rene heeft voor ons de Maatlat Duurzame Veehouderij en de subsidies geregeld, het tekenwerk van de stal gecoördineerd en de bouwbegeleiding op zich genomen. Vroeger kon je dit soort dingen misschien zelf, maar dat geldt vandaag de dag echt niet meer. Zo hebben ze toch heel wat moeten puzzelen om met de bouw binnen de kaders van de subsidietrajecten en omgevingsvergunning te blijven. En ook het leiden van bouwvergaderingen en zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op staan, is een specialisme apart. Verder zorgde het feit dat bij Arvalis alles onder 1 dak zit, van vergunningenspecialisten tot tekenaars en bouwcoördinatoren, ervoor dat het proces des te efficiënter doorlopen kon worden. Collega’s onderling stemmen toch wat gemakkelijker en sneller met elkaar af dan bedrijven onderling. Zonder Arvalis had deze stal er nu niet gestaan.”



Over Melkveebedrijf Linssen

Twan Linssen nam het bedrijf met 65 koeien van zijn ouders over in 2000. Op steenworp afstand hiervan verrijst binnenkort de nieuwe stal van 30 bij 70 meter met plek voor 100 koeien op een natuurlijke talud met een hoogteverschil van 3.50 meter.

Bij de ontwikkeling van deze stal stond voor Twan het welzijn van de koeien centraal. Koeien zijn van nature graseters. In de nieuwe stal krijgt het vee daarom alleen gras en hooi gevoerd. Hiervoor komt in de nieuwe stal een installatie om gras te drogen. In 2 grote bunkers van 14 bij 14 meter wordt het gras gedroogd met warme (buiten)lucht die zich onder het dak van de stal verzamelt. Dit is een bewezen systeem uit Oostenrijk, maar voor Nederland uniek.

De koeien staan vooral in de wei met de stal als centraal punt op het perceel. Doordat de melkrobots achterin de stal geplaatst worden, hoeven de koeien niet op stal te komen. Na het melken worden ze weer naar een ‘vers’ stuk weiland geleid.