Scroll
Meld je aan voor de nieuwsbrief
30 juli 2020

Krachtvoermaatregel bij melkvee

Ondanks de vele protesten, is minister Schouten voornemens de krachtvoermaatregel in de sector door te voeren. Rondom de krachtvoermaatregel zijn nog de nodige onduidelijkheden. Arvalis licht ze toe.

Zo wordt het wetsvoorstel in augustus nog geëvalueerd en zijn er kritische vragen gesteld door de Europese Commissie. Op basis van de gepubliceerde concept wettekst en de toezeggingen van de minister, kunnen we al een reële inschatting maken van de effecten van de krachtvoermaatregel op bedrijfsniveau. Daarnaast ligt er nog een sectorplan. Omdat details hiervan ontbreken en nog onduidelijk is of dit plan in werking zal treden, beperken we ons in deze nieuwsbrief tot de krachtvoermaatregel.

Kort samengevat draait de krachtvoermaatregel zich om een maximering van het ruw eiwitgehalte in mengvoeders en droge grondstoffen welke op het bedrijf aanwezig mag zijn. Eigen geteelde voeders en enkelvoudige natte bijproducten zijn vrijgesteld. De regel zal van kracht worden zoals het er nu naar uit ziet tussen 1 september en 31 december 2020. Het maximaal toegestane gehalte ruw eiwit per kilogram product in mengvoeders en het krachtvoer is gebaseerd op de grondsoort en de intensiteit van het bedrijf. In onderstaande tabel staan de maximale waarden weergegeven voor zand/löss en kleigrond. Voor bedrijven met meerdere grondsoorten geldt dat het bedrijf dient te voldoen aan de norm behorende bij de grondsoort waaruit meer dan 50% van het landbouwareaal bestaat.

Wanneer op uw bedrijf, op basis van het rantsoen in 2018 en 2019, het gehalte ruw eiwit in het totaal rantsoen bij toepassing van de krachtvoermaatregel lager dan 155 gram per kg droge stof wordt, mag u een bedrijfsspecifieke eiwitnorm hanteren. Als bewijsmateriaal voor de betreffende berekening kunnen de BEX- of kringloopgegevens en de voerjaaroverzichten worden gebruikt.

Ter illustratie  geven we hieronder een voorbeeldberekening weer van een grasrijk en een maïsrijk rantsoen voor een bedrijf met < 14.000 kg melk/ha op zand/lössgrond. In de praktijk blijken de bedrijven met maïsrijke rantsoenen eerder in aanmerking te komen voor de bedrijfsspecifieke eiwitnorm, maar hebben deze bedrijven ook een grotere uitdaging om voldoende ruw eiwit in het rantsoen beschikbaar te houden.

In voorbeeld hierboven wordt er relatief veel eiwit uit gras gevoerd. Daardoor blijft er na toepassing van de voermaatregel voldoende ruw eiwit in het rantsoen beschikbaar en is de uitzonderingsregel niet van toepassing.

In het voorbeeld hierboven haalt het rantsoen bij verlaging van het ruw eiwitgehalte de norm van 155 gram ruw eiwit per kilogram droge stof niet. Daarom geldt voor dit bedrijf de specifieke norm van 210 gram ruw eiwit per kg product.

Bij elke voerleverantie krijgt u een document waarop het ruw eiwitgehalte en de diersoort waarvoor het voer bedoeld is, benoemd staan. Deze documenten dient u tenminste 6 maanden te bewaren.

Om in aanmerking te komen voor de verhoogde eiwitnorm dient u zich tussen 1 en 7 september bij RVO te melden. Gezien de zeer korte aanmeldperiode is het raadzaam om van tevoren de benodigde gegevens te verzamelen en de E-herkenning/machtiging te controleren.

Wilt u weten of u in aanmerking komt voor de verhoogde eiwitnorm of wilt u gebruik maken van deze uitzonderingsregel, neem dan contact op met uw adviseur van Arvalis.

Vragen?

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×

Sluiten
Sluiten