Scroll
Meld je aan voor de nieuwsbrief
12 december 2019

Gewijzigde mogelijkheden door vaststelling interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen gemeenten, provincies en het Rijk.

De provincie kan via een planologische verordening regels formuleren waar gemeenten zich aan dienen te houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe op 25 oktober 2019 de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze verordening is op 5 november 2019 in werking getreden. Met het vaststellen van deze verordening vervallen de bestaande zes verordeningen (Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen, de Verordening Ruimte en de Verordening water).

Middels de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie toegewerkt naar een eenvoudiger geschreven document, dat wordt weergegeven in een nieuw digitaal systeem met een gebruiksvriendelijkere opbouw. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de Omgevingswet, die vanaf 2021 in werking treedt, en de Brabantse Omgevingsvisie.

De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dit betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, enkel wanneer deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. De beleid neutrale omzetting betekent niet dat er geen wijzigingen meer zijn ten opzichte van de voorheen geldende verordeningen. Hieronder wordt nader ingegaan op de wijzigingen op het gebied van ruimtelijke ordening.

Nieuwe (her-)ontwikkelingsmogelijkheden

De wijzigingen in de Interim Omgevingsverordening ten opzichte van de voorheen geldende Verordening Ruimte Noord-Brabant biedt eventueel kansen voor (her)ontwikkeling van uw locatie.

Zo was in het gemengd landelijk gebied voorheen enkel herbestemming van een agrarische functie naar een (bedrijfs-)functie mogelijk wanneer het initiatief maximaal milieucategorie 1 of 2 betrof en het bouwvlak maximaal 5.000 m2 groot was. Binnen de Interim Omgevingsverordening zijn deze eisen losgelaten. Dit biedt mogelijkheden. Wel dient de kleinschaligheid en de inpasbaarheid in de omgeving (bijdrage omgevingskwaliteit) aangetoond te worden. Dit laatste dient door een gemeente nader gedefinieerd te worden binnen het gemeentelijk beleid.

Voor locaties gelegen binnen de aanduiding groenblauwe mantel geldt echter onveranderd maximaal milieucategorie 1 of 2 voor de ontwikkeling van bedrijfsfuncties in het buitengebied. De mogelijkheden voor ontwikkeling van bedrijven in het buitengebied zijn hiermee versoepeld, maar er dient middels maatwerk gekeken te worden of het tevens inpasbaar is binnen het overige beleid. Het bijkomende gevolg is dat gemeenten meer afwegingsruimte krijgen.

Afhankelijk of een gewenste ontwikkeling aan de overige randvoorwaarden kan voldoen, kunnen bovenstaande wijzigingen bijdragen aan (her-)ontwikkeling van locaties waar dit voorheen wellicht niet mogelijk was. Bent u geïnteresseerd naar de mogelijkheden voor uw locatie, neem dan vrijblijvend contact op met een van de adviseurs van ROBA Advies.

Vragen?

Zoeken naar een andere specialist

Vragen over bouw- en milieuvergunningen? Bel me! Jan Rutten, Adviseur
Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×

Sluiten
Sluiten